De RET, het openbaarvervoerbedrijf van de regio Rotterdam, gaat samen met VDL en ENGIE het busvervoer in Rotterdam verduurzamen. VDL levert de elektrische bussen en laadpalen en ENGIE legt de infrastructuur aan. Dit vraagt om kennis in specialistische technologie om de elektrische (snel)laadpalen met een hoog vermogen in te passen in de gebouwde omgeving en te koppelen aan het energienetwerk van de RET en netbeheerder Stedin. De eerste elektrische bussen gaan in 2019 rijden.

Koen Duijnmayer, Manager Energie Projecten bij ENGIE Infra & Mobility, is ‘ontzettend trots’ dat ENGIE een bijdrage levert aan het verduurzamen van het busvervoer in Rotterdam. “Met dit project laat de RET zien dat het écht werk wil maken van elektrische mobiliteit. Wij vinden het geweldig dat ENGIE de RET hierbij mag helpen en dat we samen stappen zetten in de energietransitie.”

Specialistische technologie

Het aanleggen van een nieuwe infrastructuur voor het opladen van elektrische bussen is volgens Koen specialistische technologie. “Snellaadpalen voor elektrische bussen hebben een vermogen van 300 kilowatt. Dat is maar liefst dertig keer meer dan het vermogen van laadpalen voor elektrische auto’s. Dit vraagt om speciale technische expertise voor zowel het ontwerp als de realisatie. ENGIE beschikt over deskundige vakmensen en alle benodigde kwaliteits- en veiligheidscertificaten. We hebben veel ervaring met dit soort projecten en kennen de lokale situatie en alle betrokken partijen. Dat stelt ons in staat om heel snel en kosteneffectief tot een goede én goedgekeurde oplossing te komen.”

Logistieke uitdaging

Het plaatsen van de laadpalen is nog best een uitdaging. “Zeker in een grote stad als Rotterdam, waar niet veel plek is, is het een hele puzzel om dit type laadpalen in te passen in de gebouwde ruimte”, zegt Koen. “In eerste instantie wil de RET elektrische bussen inzetten op vijf buslijnen. Om deze bussen de hele dag te kunnen laten rijden, gaan we op zeven locaties in de stad laadpalen plaatsen. Op zes eindstations, waarvan er drie aan een druk plein liggen, komen snelladers. Deze geven de bussen in tien à vijftien minuten een snelle ‘energieboost’. De zevende laadvoorziening komt in de busremise. Dit zijn ‘normale’ laders waar bussen de hele nacht op kunnen worden aangesloten om volledig op te laden.”

Zero emissie

In 2030 wil de RET alle circa 250 dieselbussen vervangen hebben door Zero Emissie-bussen (ZE-bussen), oftewel bussen die geen CO2 uitstoten. De organisatie tekende in september 2018 een contract met VDL voor de productie en levering van 55 elektrische bussen en laadpalen. Diezelfde maand ging de RET een samenwerking aan met ENGIE voor het realiseren van de benodigde nieuwe infrastructuur. Na een proefperiode moeten de eerste elektrische bussen eind 2019 gaan rijden in Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. In 2021 worden de volgende 50 bussen vervangen.

Toekomstperspectief

Verduurzaming en elektrische mobiliteit zijn de toekomst. Koen: “We werken naast dit project ook met andere vervoersbedrijven samen op het gebied van zonne-energie (zonnepanelen op bovengrondse metrostations). We doen proeven met energieopslag en doen onderzoek naar het terugwinnen van remenergie. We zijn dus op allerlei vlakken bezig. Daarbij is samenwerking heel belangrijk. Ik zie bijvoorbeeld ook mogelijkheden voor samenwerking met VDL, de producent van de elektrische bussen. Samen kunnen we nog veel meer bereiken!”