De tank die 3,6 miljoen liter aan warm water moet bufferen voor de Amsterdamse stadsverwarming, is onlangs op zijn plek in de nieuwe hulpwarmtecentrale gehesen. Voor hoofdaannemer ENGIE een belangrijke mijlpaal in de totstandkoming van de Amsterdam South Connection, de duurzame koppeling in de stadsverwarmingsring van de hoofdstad.

De buffertank – officieel Heat Accumulation Tank geheten – is een vitaal component in de hulpwarmtecentrale. De bedoeling van de tank is om restwarmte uit de energieopwekking in Diemen en de vuilverbranding in het Westelijk Havengebied te bufferen, om daarmee pieken in de vraag naar warm water op te vangen. Een duurzame oplossing, want daardoor hoeven de vier gasgestookte ketels van de centrale minder vaak te draaien.

Tank van 170 ton

De tank is 25 meter hoog en heeft een diameter van 15 meter. Hij kan 3,6 miljoen liter water bevatten, bij een temperatuur van 125 graden. Een derde van de tank is meteen op de juiste plek op locatie gebouwd, de overige twee derde bouwde de Oostenrijkse leverancier Billfinger meteen ernaast plaat voor plaat op. De tank weegt in totaal 170 ton.

Enorme operatie

Het was een enorme operatie om het geprefabriceerde deel op zijn plek te hijsen, aldus projectleider en site manager Jeroen Lam, namens hoofdaannemer ENGIE verantwoordelijk voor de hijsklus. “We hebben er een enorme rupskraan van Mammoet voor ingezet. Alleen al het bouwen van die kraan duurde vijf dagen – en daar werden weer drie andere kranen voor gebruikt. Het materiaal voor de kraan werd in 26 vrachtwagens aangevoerd.”

In een halfuur gehesen

Het werk was daarentegen zo gedaan, vertelt Jeroen Lam. “Het ging heel voorspoedig. Dankzij het duidelijke hijsplan was de actie zelf in een halfuurtje klaar.” De laatste grote stap in de bouw is het plaatsen van de installatieruimte boven op de tank. Daarna kan ENGIE de procesinstallatie afronden en met de commissioning beginnen. Het project wordt in april 2021 opgeleverd.


Voor meer informatie: Jeroen Lam